Wetgeving voor SBV-Z

Het burgerservicenummer (BSN) is een persoonsnummer. Dankzij het BSN kunnen zorgadministraties bestaande gegevensuitwisselingen eenvoudiger uitvoeren.

Voordelen van het gebruik van het BSN in de zorg:

  • Vermindert het aantal fouten bij het uitwisselen van patiëntgegevens.
  • Voorkomt persoonsverwisseling.
  • Maakt declareren eenvoudiger.
  • Geeft betere bescherming tegen identiteitsfraude.

Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg

Het gebruik van het BSN in de zorg is geregeld in de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg. Deze wet heeft als doel de kwaliteit van de zorg te verbeteren door betrouwbare gegevensuitwisseling. Sinds 1 juni 2009 is de zorgaanbieder verplicht om het BSN in zijn administratie op te nemen en te gebruiken bij de uitwisseling van gegevens.

Sinds 1 juni 2009 is het gebruik van het BSN in de zorg verplicht. Dit betekent dat bij alle zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars (ook zorgkantoren) het BSN in hun administratie moet staan en dat zij het BSN bij onderlinge communicatie (gegevensuitwisseling) over patiënten moeten gebruiken. Het BSN wordt ook gebruikt voor het declaratieverkeer.

Wat houdt het gebruik van het BSN in?

Er moet zekerheid zijn over het gebruik van het juiste BSN bij de juiste persoon. Daarom moeten gebruikers van het BSN in de zorg aan twee verplichtingen voldoen voordat het BSN van een patiënt mag worden gebruikt:

  • De identiteit van de patiënt moet worden vastgesteld.
  • Het BSN van de patiënt moet worden opgevraagd of geverifieerd.

Als na deze handelingen vaststaat dat het BSN, de persoonsgegevens en de patiënt bij elkaar horen, mag het BSN worden gebruikt.

Identiteit vaststellen

Zorgaanbieders en indicatieorganen kunnen op twee manieren de identiteit vaststellen. Bij nieuwe patiënten stelt de zorgaanbieder of het indicatieorgaan de identiteit vast via een wettelijk identiteitsdocument. Als er al een (behandel)relatie is met een patiënt, wordt de identiteit vastgesteld door herkenning of door het stellen van controlevragen. Bij twijfel wordt alsnog om een identiteitsdocument gevraagd. Zorgverzekeraars en zorgkantoren zijn niet verplicht de identiteit van een patiënt vast te stellen.

BSN opvragen

Een zorgaanbieder, indicatieorgaan of zorgverzekeraar kan de BSN's van zijn patiënten of klanten opvragen bij de Sectorale Berichten Voorziening in de Zorg (SBV-Z). De SBV-Z gebruikt hiervoor de gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). Om gebruik te kunnen maken van de BSN-diensten van de SBV-Z heeft een zorgaanbieder of indicatieorgaan een UZI-pas of een UZI-servercertificaat nodig. Zorgverzekeraars moeten in het bezit zijn van een ZOVAR-servercertificaat.