Sectorale Berichten Voorziening in de Zorg. Ga naar hoofdmenu.
Zorgadministraties
Vraag en antwoord, laatst gewijzigd op 11-11-2008
- Vanaf wanneer wordt het BSN gebruikt?
- Welke verplichtingen hebben zorgaanbieders, indicatieorganen of zorgverzekeraars?
- Vanaf wanneer mag of moet een zorgaanbieder, een indicatieorgaan of een zorgverzekeraar het BSN gebruiken?
- Hoe lang is een BSN-opvraging of verificatie geldig?
- Hoe en wanneer moet een zorgaanbieder of indicatieorgaan de identiteit van een patiënt vaststellen?
- Waarmee kan een patiënt zich identificeren?
- Hoe komen zorgaanbieders aan BSN's
- Hoe kunnen zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars zich voorbereiden op het gebruik van het BSN in de zorg?
- Moeten zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars straks het BSN op correspondentie met patiënten vermelden?
- Vanaf wanneer wordt het BSN gebruikt?
De Wet gebruik BSN in de zorg (Wbsn-z) is op 1 juni 2008 in werking getreden. Vanaf deze datum mogen zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars het BSN gebruiken mits ze aan alle randvoorwaarden uit de wet voldoen. Na het eerste jaar, een invoeringsjaar, is dit verplicht.
- Welke verplichtingen hebben zorgaanbieders, indicatieorganen of zorgverzekeraars?
Zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars moeten het BSN van hun patiënten vastleggen in hun administratie en gebruiken in de (onderlinge) communicatie over patiënten.
Duidelijk moet zijn dat het juiste BSN wordt gebruikt. Daarom moet eerst de identiteit van de patiënt worden vastgesteld (geldt niet voor zorgverzekeraars) en het BSN worden opgevraagd of geverifieerd. Pas als zeker is dat het BSN, de persoonsgegevens en de patiënt bij elkaar horen kan sprake zijn van betrouwbare gegevensuitwisseling en mag het BSN gebruikt worden.
- Vanaf wanneer mag of moet een zorgaanbieder, een indicatieorgaan of een zorgverzekeraar het BSN gebruiken?
Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wbsn-z is er een invoeringsperiode van 1 jaar waarin het burgerservicenummer gebruikt mag worden door zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars.
Als zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars van de mogelijkheid gebruik maken om het burgerservicenummer in deze overgangsperiode te gaan gebruiken dan moeten zij zich houden aan alle randvoorwaarden uit de Wbsn-z. Maar zolang de verplichting om het BSN te gebruiken in de onderlinge communicatie over patiënten nog niet geldt, mogen en kunnen partijen elkaar niet verplichten het BSN te gebruiken.
Na de invoeringsperiode van één jaar, 1 juni 2009, moet het BSN verplicht gebruikt worden door álle zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars. Zij moeten het BSN gebruiken bij het uitwisselen van gegevens over patiënten of cliënten. Dit betekent dat alle gebruikers met een betrouwbaar BSN moeten werken en er zeker van moeten zijn dat het nummer en de gegevens bij een bepaalde persoon horen.
Medio mei informeert het ministerie van VWS per brief alle zorgaanbieders, indicatieorganen, zorgverzekeraars en hun ICT-leveranciers over de inwerkingtreding van de Wbsn-z.
- Hoe lang is een BSN-opvraging of verificatie geldig?
Opvraging of verificatie van het BSN vindt eenmalig plaats. Een BSN is, na opvraging of verificatie bij de SBV-Z, of afkomstig uit een andere betrouwbare bron, onbeperkt geldig. Identificatie kan vaker plaatsvinden, bijvoorbeeld als er reden tot twijfel bestaat over de identiteit van de persoon of als de zorgaanbieder de patiënt niet herkent.
- Hoe en wanneer moet een zorgaanbieder of indicatieorgaan de identiteit van een patiënt vaststellen?
Bij patiënten waar nog geen behandelrelatie is, moet de identiteit worden vastgesteld aan de hand van een geldig wettelijk identiteitsdocument (identificatieplicht). Dit houdt in dat een zorgaanbieder of indicatieorgaan:
controleert of sprake is van een wettelijk identiteitsdocument;
controleert of het identiteitsdocument nog niet verlopen is;
de patiënt vergelijkt met de foto op het identiteitsdocument.De aard en het nummer van het identiteitsdocument worden vastgelegd in de administratie.
Bij patiënten waarmee al wel een behandelrelatie is, geldt geen identificatieplicht maar een vergewisplicht. Dat betekent dat de zorgaanbieder of het indicatieorgaan zich van de identiteit van de patiënt moet vergewissen. Bijvoorbeeld door herkenning of door het stellen van controlevragen (geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, postcode en huisnummer van het woonadres). Bij twijfel moet de identiteit van de patiënt alsnog aan de hand van een identiteitsdocument worden vastgesteld.
- Waarmee kan een patiënt zich identificeren?
Met een wettelijk identiteitsdocument: een paspoort, Nederlands rijbewijs of Nederlandse identiteitskaart. Ook een Nederlands vreemdelingendocument geldt als wettelijk identiteitsdocument.
- Hoe komen zorgaanbieders aan BSN's
Een zorgaanbieder heeft diverse mogelijkheden:
a. Reguliere bevraging
Dit houdt in dat de zorgaanbieder het BSN van een patiënt opvraagt bij een betrouwbare bron op het moment dat hij contact heeft met de patiënt. Een betrouwbare bron om BSN’s te verkrijgen is de Sectorale Berichten Voorziening in de Zorg (SBV-Z) of de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA). De SBV-Z is speciaal opgericht voor de zorgsector om geverifieerde nummers te leveren. Een BSN kan ook overgenomen worden van een andere gebruiker van het BSN, die het nummer al heeft geverifieerd.
b. Initiële vulling
Een zorgaanbieder kan er ook voor kiezen zijn gehele bestand met persoonsgegevens aan te bieden aan de Sectorale Berichtenvoorziening in de Zorg (SBV-Z) voor vulling met BSN’s. Het initieel vullen van een patiëntenadministratie kan op twee manieren uitgevoerd worden. De (BSN) vragen kunnen aangeboden worden via de website of via de webservice. - Hoe kunnen zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars zich voorbereiden op het gebruik van het BSN in de zorg?
In het Handboek (PDF, 1,7 MB) Invoering en gebruik burgerservicenummer (BSN) in de zorg staat concreet beschreven wat gedaan moet worden om het BSN in de eigen organisatie te gaan gebruiken. In grote lijnen betekent de invoering van het BSN dat UZI-middelen moet worden aangevraagd en dat de ICT-voorzieningen en organisatie moeten worden aangepast.
- Moeten zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars straks het BSN op correspondentie met patiënten vermelden?
Ja, het BSN moet worden vermeld als de patiënt het nummer nodig heeft in het contact met zijn zorgverzekeraar. Ook in andere situaties mag u het BSN hanteren. Het is aan te raden het BSN te vermelden in alle correspondentie met de patiënt.

Sectorale Berichten Voorziening in de Zorg